Gendergelijkheid met de paplepel

©JensMollenvanger_Klasse
24/10/2017

SDG 4 draait rond kwaliteitsvol en inclusief onderwijs, en belicht het belang van gendergelijkheid daarvoor. Meisjes en jonge vrouwen staan inderdaad nog steeds voor belangrijke hindernissen in het opeisen van hun onderwijs, meer dan jongens. Daar liggen veel oorzaken aan de basis van, maar een belangrijke is de tekortkoming bij overheden om van scholen genderresponsieve omgevingen te maken.

VVOB en Afrikaanse ngo FAWE trekken de kar in Rwanda, Zambia en Zuid-Afrika om kleuterleerkrachten aan te moedigen proactief álle leerlingen mee te krijgen in de les met de ontwikkeling van een toolkit.

Klein

De laatste decennia zetten veel organisaties en overheden belangrijke stappen om meer meisjes op de schoolbanken te krijgen. Toch gaan naar schatting nog steeds 131 miljoen meisjes wereldwijd ongeschoold door het leven.

Dit is wel degelijk een probleem gelinkt aan gender, want een meisje heeft anderhalf keer meer kans om niet naar school te gaan dan een jongen. Dat houdt meisjes en jonge vrouwen klein, want elk extra jaar onderwijs zou een stijging in inkomen betekenen van 10 tot 20 percent.

Maar het houdt ook ganse maatschappijen klein: sommige landen lopen meer dan 1 miljard dollar mis omdat ze niet even veel investeren in het onderwijs van hun meisjes als in dat van jongens (Bron cijfers: GPE).

Veilig en omkaderd

Onderwijs speelt dus een gigantische rol in de emancipatie van miljoenen meisjes en hun maatschappijen. We moeten blijven inzetten op onderwijstoegang. Maar we moeten proactiever durven zijn, en het niet laten bij toegang alleen.

Schoolomgevingen moeten ook genderresponsief zijn, zodat vrouwelijke leerlingen die wel op de schoolbanken geraken, daarna niet uit de boot vallen. Meisjes moeten zich veilig en omkaderd voelen op school, zowel fysiek als mentaal. Anders leren ze, ondanks inspanningen om hen op school te krijgen, toch niks.

Genderresponsief

VVOB en het Forum for African Women Educationalists (FAWE) trekken de kar in de ontwikkeling van een genderresponsieve toolkit voor kleuterleerkrachten (GRP4ECE*) in Rwanda, Zambia en Zuid-Afrika in tandem met de ministeries van Onderwijs van die landen. De toolkit zal er worden gebruikt in lerarenopleidingen en bijscholingstrajecten.

Het doel van GRP4ECE, dat gefinaliseerd wordt midden-2018, is om kleuterleerkrachten aan te moedigen een genderresponsieve klasomgeving te voorzien waarin al hun jonge leerlingen maximaal kunnen ontwikkelen. Immers, door bewust in te zetten op gendergelijkheid in de klas kunnen genderstereotypes kritisch benaderd worden vóór ze een onbewuste manier van denken worden bij kleine kinderen.

Meisjes houden toch van roze?

Maar: zijn kleuters wel bezig met gender? Christin Ho van genderexpertisecentrum RoSa vzw, die haar inzichten ging verlenen in de ontwikkeling van de toolkit in Lusaka, antwoordt volmondig ja:

“Kinderen zitten het meeste van hun tijd op school en leren al op jonge leeftijd omgaan met onzekerheden, met emoties, met moeilijkheden en met anderen. We gaan ervanuit dat meisjes en jongens gelijke kansen hebben, maar in de praktijk zien we dat onze samenleving vol zit met genderstereotypen die bepalen hoe meisjes en jongens zich horen te gedragen op school. Uitspraken zoals ‘meisjes houden van roze’, ‘jongens mogen niet huilen’, ‘meisjes spelen met poppen en jongens met auto’s’ zorgen ervoor dat meisjes en jongens in een bepaalde richting worden geduwd. We moeten kinderen alle kansen geven om hun eigen talenten te ontdekken en hun persoonlijkheid te vormen, om met een open blik naar de wereld te kijken, en om te leren omgaan met diversiteit, zonder dat ze gewezen worden op hun meisjes- en jongens-zijn.”

De eerste jaren van het onderwijs zijn daarom cruciaal om een gendersensitieve kijk te ontwikkelen in jonge kinderen, zowel op zichzelf als op andere. Dat creëert ruimte voor hen om op latere leeftijd de keuzes te maken die in lijn zijn met hun talenten, passies en persoonlijkheid, en niet met hun geslacht.

 

Christin Ho geeft nog wat praktische tips aan Vlaamse kleuterleerkrachten over hoe ze genderresponsief kunnen te werk gaan in de klas: 

“Je moet oog hebben voor genderstereotypen en er ook tegen ingaan. Dat kan op verschillende manieren. In de klas kunnen kleuterleerkrachten zichzelf de volgende vragen stellen: Komen er even veel mannelijke als vrouwelijke personages voor in de boeken die ik voorlees? Zijn de personages roldoorbrekend? Zijn de speelhoeken aantrekkelijk voor iedereen, zowel voor jongens als meisjes? Spreek ik de leerlingen aan als ‘jongens’ en ‘meisjes’? Betrap ik mezelf op het uiten van stereotiepe uitspraken zoals ‘flinke jongens wenen niet’, ‘meisjes horen niet te vechten, maar lief te zijn’? Zorg ik ervoor dat alle kinderen hun talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen? Spreek ik kinderen aan op hun stereotiepe uitspraken? Maar het begint allemaal bij de klik maken, de klik dat het anders kan.”

Meer tips? www.genderindeklas.be

 

*Gender-responsive pedagogy for early childhood education

(Picture credit: ©JensMollenvanger)