Flo in Suriname: de obstakels voorbij

Flo werkte drie maanden in het Progress-programma van VVOB, en creëerde daarvoor remediëringsmodules Nederlands.
Een (regen-)dag uit het leven van…
Om 7 uur ’s morgens die dag moesten Tessa en ik lesgeven op het CPI, een school die toch net iets verder verwijderd lag van onze woonst dan de andere… Dit betekende: eerst met de bus naar het centrum van Paramaribo en vervolgens met een andere bus naar het CPI zelf. Aangezien de bussen geen vaste tijdstippen hebben waarop ze vertrekken, maar eenvoudigweg wachten totdat de hele bus vol zit (want dit betekent meer winst), is het moeilijk om je busreis goed te plannen… Te laat komen op je stageschool wil je echter ook niet. Opstaan om 5u15 dan maar… Oké, geen probleem, het zij zo! Dat zijn nu eenmaal de Surinaamse tijden die je erbij moet nemen.
Obstakel 1: Regen. (En in Suriname is ‘regen’ wel degelijk ‘Regen’ met een hoofdletter.) Ach ja, regenjas aan, paraplu bij de hand en gewoon gaan. We waren onze straat echter nog niet uit en we waren doorweekt, kletsnat, niet normaal! Tessa en ik stonden letterlijk tot 30 centimeter in het water, want onze straat was ondergelopen. Met natte ballerina’s en een opgetrokken broek, zetten we onze reis geeuwend verder.
Obstakel 2: een ondergelopen klas. Met zo’n weer kan je in België uiteraard nog steeds rekenen op een droge, warme klas zodat je wat kan bekomen van je reis. In Suriname is dat echter niet het geval, integendeel. Met ramen die je amper ramen kunt noemen, staat je klaslokaal al gauw onder water, want ook op de eerste en tweede verdieping regent het gewoonweg binnen. Alle banken werden al snel aan de kant gezet en we moesten roepen om elkaar te verstaan. Buiten gierde de wind en kwam de regen neer met harde ploffen. Ik rilde van de kou (en van de situatie), al was het buiten nog steeds meer dan 25°C.
Obstakel 3: 3 springuren. Toen het lesuur gedaan was, werden Tessa en ik geconfronteerd met een pauze van drie uur: best veel! Aangezien we niet konden genieten van lui te gaan zitten in de zon en ook niet aan het werk konden aangezien we geen laptop bij de hand hadden, besloten we om naar een klein, plaatselijk ‘cafeetje’ te gaan vlakbij de school. We bestelden er een thee om op te warmen en babbelden de drie uren vol. Ondertussen kreeg de zaak ook nog bezoek van een beschonken, natgeregende man in zwerverskleren die iedereen wilde trakteren. Ook Tessa en ik kregen 20 SRD in onze handen en de man was op één twee drie weer verdwenen… Zagen we er zo hopeloos uit dat we er geld voor kregen?? In elk geval bestelden we met het geld nog een thee en onze babbel kon rustig verder gaan na deze bizarre maar grappige tussenkomst.
Obstakel 4: geen leerlingen. Toen Tessa en ik tijdens het volgende lesuur een andere klas gingen opvangen, bleef het klaslokaal echter leeg. Blijkbaar had de regen hen ook tegengezeten en kozen ze ervoor om thuis te blijven (of in elk geval toch niet naar school te komen). Buiten begon het echter al wat op te klaren, hoewel Tessa en ik nog steeds kippenvel hadden. Om ons wat op te warmen besloten we nog even te wachten in het klaslokaal voor late leerlingen (je weet maar nooit) en ondertussen onze salsamoves verder in te oefenen. Die avond hadden we namelijk weer salsales en daar keken we steeds ontzettend hard naar uit. Na een kwartiertje onze Surinaamse dansstappen te hebben doorgenomen, besloten we het lege klaslokaal achter ons te laten en onze reis richting ons huisje in te zetten.
De frustraties omtrent het weggevallen lesuur, het wachten, de natte ballerina’s, het regenweer en de ‘koude’ waren al snel achter de rug, want dat zijn nu dingen die je meemaakt in Suriname. En al bij al, ondanks de obstakels en tegenvallers, was het een heel ludieke voormiddag geweest. Dus tevreden waren we, en wat wil je nog meer op zo’n rottige regendag? Geluk begint bij jezelf.



