U bent hier

Op 20 november vieren we de 29ste verjaardag van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Maar de weg naar artikel 29 - het recht op kwaliteitsvol onderwijs - blijkt nog lang, legt VVOB algemeen directeur Sven Rooms hieronder uit.

1 leerkracht - 70 leerlingen

“Alle kinderen uit onze gemeenschap gaan hier naar school”, vertelde de schooldirecteur van een plattelandsschool nabij het Victoriameer in Kenia mij trots een tijd terug. Iets om inderdaad fier op te zijn, want in de jaren daarvoor gold dat nog maar voor de helft van de kinderen. Maar toen keek ik rond: ik stond in een lokaal met maar een leerkracht, voor een klas van meer dan 70 leerlingen. Door het open raam probeerden nog een handvol kinderen mee les te volgen.

 

Naar school gaan is niet hetzelfde als kwaliteitsvol onderwijs genieten. Met andere woorden: de strijd voor het recht op onderwijs stopt niet bij toegang tot onderwijs alleen.

Morele mijlpaal

Op 20 november vieren we de 29ste verjaardag van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Geen doordeweeks document; op de Verenigde Staten na ratificeerde elke VN-lidstaat dit mensenrechtenverdrag, een unicum. De Rechten van het Kind zijn een wereldbreed gedragen morele mijlpaal.

 

Het recht op onderwijs vormt een van de hoekstenen van het verdrag. Niet enkel aan het recht op toegang tot onderwijs (art. 28), maar ook en vooral aan het recht op de kwaliteit ervan (art. 29) moet voldaan zijn opdat kinderen en jongeren zich kunnen ontplooien in een steeds veranderende wereld. De 196 landen die het verdrag ratificeerden verbonden zich er dus onder andere toe om het recht op kwaliteitsvol onderwijs te respecteren, te beschermen en in de praktijk om te zetten.

In het lager onderwijs alleen ontbreekt het 274 miljoen leerlingen aan basisvaardigheden
Sven Rooms, algemeen directeur VVOB

Leercrisis

Landen wereldwijd zetten sinds hun ratificatie lofwaardige stappen om zoveel mogelijk kinderen op school te krijgen. Maar wat eerder de ‘toegangscrisis’ genoemd werd, evolueerde al snel in een ‘leercrisis’. De Keniaanse school van eerder is slechts een voorbeeld van een globale realiteit waar ik in mijn job telkens opnieuw mee geconfronteerd word. Ja, vandaag gaan meer kinderen dan ooit naar school, maar dat wil niet zeggen dat ze allemaal ook iets leren. In het lager onderwijs alleen ontbreekt het 274 miljoen leerlingen aan basisvaardigheden.

 

Deze leercrisis legt een gigantische hypotheek op de toekomst van de kinderen en jongeren in kwestie, maar ook op die van groeiende samenlevingen. De leercrisis versterkt de intergenerationele overdracht van armoede.

Cruciale cocktail

Geen enkele andere schoolgerelateerde factor heeft een even groot effect op de leerresultaten van leerlingen als De Leerkracht. Diens professionele kwaliteit en effectiviteit is het belangrijkste ingrediënt van goed onderwijs, net als die van De Schoolleider. Deze laatste heeft namelijk een niet te ontziene impact op de prestaties van haar/zijn leerkrachten. Dat vertelt internationaal onderzoek ons.

 

De (na)scholing van deze twee cruciale actoren vormt daarom de kern van de werking van VVOB.

 

Maar laat mij meteen duidelijk stellen: leerkrachten en schoolleiders zijn niet dé oorzaak voor leerlingen die niet naar behoren presteren – een verwijt dat hen jammer genoeg vaak naar het hoofd wordt geslingerd. Leerkrachten stoten vaak zelf tegen de limieten van een onderwijssysteem dat geen rekening houdt met hun noden. Zonder een goede initiële opleiding voor studentleerkrachten, zonder begeleiding voor startende leerkrachten tijdens de eerste jaren van hun carrière, zonder nascholingsmogelijkheden voor doorwinterde leerkrachten, zonder een sterke onderwijscontext… staan leerkrachten voor een onmogelijke opdracht. En toch leggen we als samenleving een gigantische verantwoordelijkheid op hun schouders.

VVOB kiest voor duurzame oplossingen, want uiteindelijk moet de overheid zélf sterk genoeg staan om het recht op onderwijs te garanderen
Sven Rooms, algemeen directeur VVOB

Overheden als prioritaire partners

VVOB kijkt in de eerste plaats naar overheden om de leercrisis het hoofd te bieden. Voorzien in kwaliteitsvol en effectief onderwijs is tenslotte hun verantwoordelijkheid, niet in het minst bevestigd door hun handtekening onderaan het Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

 

Dat blijkt geen gemakkelijke opdracht, vooral voor overheden die geconfronteerd worden met een resem structurele barrières die  hen verhinderen om het recht op kwaliteitsvol onderwijs te realiseren voor elk kind.

 

Daarom trekt VVOB de kaart van capaciteitsversterking van overheden in onze acht partnerlanden. Het ministerie van onderwijs is steeds onze prioritaire partner, en bij uitbreiding ook haar aanverwante instellingen zoals lerarenopleidingen en nascholingscentra voor leerkrachten en schoolleiders. We kiezen met andere woorden voor duurzame oplossingen, want uiteindelijk moet de overheid zélf sterk genoeg staan om het recht op onderwijs te garanderen.

 

En daar is het VVOB, en ons allemaal, uiteindelijk om te doen. Zo kunnen we op termijn de verjaardag van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind écht vieren.